NL: overbruggenDE: überbrücken
EN: tide over, bridge
ES: conciliar, salvar
FR: jeter un pont sur
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
overbrugd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik overbrug jij overbrugt hij overbrugt wij overbruggen jullie overbruggen zij overbruggen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb overbrugd jij hebt overbrugd hij heeft overbrugd wij hebben overbrugd jullie hebben overbrugd zij hebben overbrugd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik overbrugde jij overbrugde hij overbrugde wij overbrugden jullie overbrugden zij overbrugden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had overbrugd jij had overbrugd hij had overbrugd wij hadden overbrugd jullie hadden overbrugd zij hadden overbrugd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal overbruggen jij zult overbruggen hij zal overbruggen wij zullen overbruggen jullie zullen overbruggen zij zullen overbruggen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal overbrugd hebben jij zult overbrugd hebben hij zal overbrugd hebben wij zullen overbrugd hebben jullie zullen overbrugd hebben zij zullen overbrugd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou overbruggen jij zou overbruggen hij zou overbruggen wij zouden overbruggen jullie zouden overbruggen zij zouden overbruggen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou overbrugd hebben jij zou overbrugd hebben hij zou overbrugd hebben wij zouden overbrugd hebben jullie zouden overbrugd hebben zij zouden overbrugd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
overbrug
|