NL: overbelastenSynoniemen: forceren
DE: überlasten
EN: overload, overburden
FR: surcharger
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
overbelast
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik overbelast jij overbelast hij overbelast wij overbelasten jullie overbelasten zij overbelasten
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb overbelast jij hebt overbelast hij heeft overbelast wij hebben overbelast jullie hebben overbelast zij hebben overbelast
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik overbelastte jij overbelastte hij overbelastte wij overbelastten jullie overbelastten zij overbelastten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had overbelast jij had overbelast hij had overbelast wij hadden overbelast jullie hadden overbelast zij hadden overbelast
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal overbelasten jij zult overbelasten hij zal overbelasten wij zullen overbelasten jullie zullen overbelasten zij zullen overbelasten
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal overbelast hebben jij zult overbelast hebben hij zal overbelast hebben wij zullen overbelast hebben jullie zullen overbelast hebben zij zullen overbelast hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou overbelasten jij zou overbelasten hij zou overbelasten wij zouden overbelasten jullie zouden overbelasten zij zouden overbelasten
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou overbelast hebben jij zou overbelast hebben hij zou overbelast hebben wij zouden overbelast hebben jullie zouden overbelast hebben zij zouden overbelast hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
overbelast
|