NL: ornamenterenSynoniemen: versieren
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geornamenteerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik ornamenteer jij ornamenteert hij ornamenteert wij ornamenteren jullie ornamenteren zij ornamenteren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geornamenteerd jij hebt geornamenteerd hij heeft geornamenteerd wij hebben geornamenteerd jullie hebben geornamenteerd zij hebben geornamenteerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik ornamenteerde jij ornamenteerde hij ornamenteerde wij ornamenteerden jullie ornamenteerden zij ornamenteerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geornamenteerd jij had geornamenteerd hij had geornamenteerd wij hadden geornamenteerd jullie hadden geornamenteerd zij hadden geornamenteerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal ornamenteren jij zult ornamenteren hij zal ornamenteren wij zullen ornamenteren jullie zullen ornamenteren zij zullen ornamenteren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geornamenteerd hebben jij zult geornamenteerd hebben hij zal geornamenteerd hebben wij zullen geornamenteerd hebben jullie zullen geornamenteerd hebben zij zullen geornamenteerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou ornamenteren jij zou ornamenteren hij zou ornamenteren wij zouden ornamenteren jullie zouden ornamenteren zij zouden ornamenteren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geornamenteerd hebben jij zou geornamenteerd hebben hij zou geornamenteerd hebben wij zouden geornamenteerd hebben jullie zouden geornamenteerd hebben zij zouden geornamenteerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
ornamenteer
|