NL: ordenenSynoniemen: catalogiseren, indelen, opruimen, rangschikken, regelen, sorteren, schikken, arrangeren, aanrichten, systematiseren, groeperen, organiseren, uitzoeken, schiften, rangeren
DE: alles auf die Reihe bringen
EN: list all the points
FR: ordonner
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geordend
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik orden jij ordent hij ordent wij ordenen jullie ordenen zij ordenen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geordend jij hebt geordend hij heeft geordend wij hebben geordend jullie hebben geordend zij hebben geordend
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik ordende jij ordende hij ordende wij ordenden jullie ordenden zij ordenden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geordend jij had geordend hij had geordend wij hadden geordend jullie hadden geordend zij hadden geordend
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal ordenen jij zult ordenen hij zal ordenen wij zullen ordenen jullie zullen ordenen zij zullen ordenen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geordend hebben jij zult geordend hebben hij zal geordend hebben wij zullen geordend hebben jullie zullen geordend hebben zij zullen geordend hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou ordenen jij zou ordenen hij zou ordenen wij zouden ordenen jullie zouden ordenen zij zouden ordenen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geordend hebben jij zou geordend hebben hij zou geordend hebben wij zouden geordend hebben jullie zouden geordend hebben zij zouden geordend hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
orden
|