Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

opzwellen vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: opzwellen
Synoniemen: opzetten, rijzen, uitdijen, zwellen

DE: aufschwellen, schwellen, anschwellen
EN: swell up, bulge
ES: hincharse, inflarse
FR: gonfler, grossir, enfler, lever, se gonfler, s'amplifier, se dilater, s'enfler, prendre du poids, prendre de l'expansion, prendre de l'ampleur

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
opgezwollen
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik zwel op
jij zwelt op
hij zwelt op
wij zwellen op
jullie zwellen op
zij zwellen op
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik ben opgezwollen
jij bent opgezwollen
hij is opgezwollen
wij zijn opgezwollen
jullie zijn opgezwollen
zij zijn opgezwollen
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik zwol op
jij zwol op
hij zwol op
wij zwollen op
jullie zwollen op
zij zwollen op
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik was opgezwollen
jij was opgezwollen
hij was opgezwollen
wij waren opgezwollen
jullie waren opgezwollen
zij waren opgezwollen
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal opzwellen
jij zult opzwellen
hij zal opzwellen
wij zullen opzwellen
jullie zullen opzwellen
zij zullen opzwellen
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal opgezwollen zijn
jij zult opgezwollen zijn
hij zal opgezwollen zijn
wij zullen opgezwollen zijn
jullie zullen opgezwollen zijn
zij zullen opgezwollen zijn
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou opzwellen
jij zou opzwellen
hij zou opzwellen
wij zouden opzwellen
jullie zouden opzwellen
zij zouden opzwellen
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou opgezwollen zijn
jij zou opgezwollen zijn
hij zou opgezwollen zijn
wij zouden opgezwollen zijn
jullie zouden opgezwollen zijn
zij zouden opgezwollen zijn
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
zwel op

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/opzwellen

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English