Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

opwinden vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: opwinden
Synoniemen: enthousiasmeren, kwaad worden, oprollen, opwikkelen, prikkelen, voorbereiden, verhitten, toebereiden, bereiden, aanwakkeren, aanmaken, opheffen, omwikkelen, liquideren, inzwachtelen, inbakeren, baken, afwikkelen, schudden, opstoken, opruien, ophitsen, agi

DE: opwinden (prikkelen): erregen, anregen, prickeln, stimulieren, aufwinden, reizen, anreizen, erhitzen, schmeicheln, kosen
EN: opwinden (prikkelen): arouse, excite, stir up, stimulate
ES: opwinden (prikkelen): excitar, incitar, estimular
FR: opwinden (prikkelen): allumer, exciter, aiguiser, ameuter, aiguillonner, inciter, piquer, stimuler, picoter

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
opgewonden
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik wind op
jij windt op
hij windt op
wij winden op
jullie winden op
zij winden op
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb opgewonden
jij hebt opgewonden
hij heeft opgewonden
wij hebben opgewonden
jullie hebben opgewonden
zij hebben opgewonden
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik wond op
jij wond op
hij wond op
wij wonden op
jullie wonden op
zij wonden op
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had opgewonden
jij had opgewonden
hij had opgewonden
wij hadden opgewonden
jullie hadden opgewonden
zij hadden opgewonden
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal opwinden
jij zult opwinden
hij zal opwinden
wij zullen opwinden
jullie zullen opwinden
zij zullen opwinden
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal opgewonden hebben
jij zult opgewonden hebben
hij zal opgewonden hebben
wij zullen opgewonden hebben
jullie zullen opgewonden hebben
zij zullen opgewonden hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou opwinden
jij zou opwinden
hij zou opwinden
wij zouden opwinden
jullie zouden opwinden
zij zouden opwinden
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou opgewonden hebben
jij zou opgewonden hebben
hij zou opgewonden hebben
wij zouden opgewonden hebben
jullie zouden opgewonden hebben
zij zouden opgewonden hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
wind op

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/opwinden

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English