NL: opwaarderenSynoniemen: revalueren
DE: aufwerten
EN: revalue, reevaluate
ES: revalorizar, subir de valor
FR: revaloriser, réévaluer
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
opgewaardeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik waardeer op jij waardeert op hij waardeert op wij waarderen op jullie waarderen op zij waarderen op
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb opgewaardeerd jij hebt opgewaardeerd hij heeft opgewaardeerd wij hebben opgewaardeerd jullie hebben opgewaardeerd zij hebben opgewaardeerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik waardeerde op jij waardeerde op hij waardeerde op wij waardeerden op jullie waardeerden op zij waardeerden op
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had opgewaardeerd jij had opgewaardeerd hij had opgewaardeerd wij hadden opgewaardeerd jullie hadden opgewaardeerd zij hadden opgewaardeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal opwaarderen jij zult opwaarderen hij zal opwaarderen wij zullen opwaarderen jullie zullen opwaarderen zij zullen opwaarderen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal opgewaardeerd hebben jij zult opgewaardeerd hebben hij zal opgewaardeerd hebben wij zullen opgewaardeerd hebben jullie zullen opgewaardeerd hebben zij zullen opgewaardeerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou opwaarderen jij zou opwaarderen hij zou opwaarderen wij zouden opwaarderen jullie zouden opwaarderen zij zouden opwaarderen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou opgewaardeerd hebben jij zou opgewaardeerd hebben hij zou opgewaardeerd hebben wij zouden opgewaardeerd hebben jullie zouden opgewaardeerd hebben zij zouden opgewaardeerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
waardeer op
|