Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

opvrolijken vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: opvrolijken
Synoniemen: opbeuren, opfleuren, opmonteren

DE: aufmuntern, aufheitern
EN: brighten up
ES: alegrar, animar
FR: réjouir, égayer

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
opgevrolijkt
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik vrolijk op
jij vrolijkt op
hij vrolijkt op
wij vrolijken op
jullie vrolijken op
zij vrolijken op
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb opgevrolijkt
jij hebt opgevrolijkt
hij heeft opgevrolijkt
wij hebben opgevrolijkt
jullie hebben opgevrolijkt
zij hebben opgevrolijkt
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik vrolijkte op
jij vrolijkte op
hij vrolijkte op
wij vrolijkten op
jullie vrolijkten op
zij vrolijkten op
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had opgevrolijkt
jij had opgevrolijkt
hij had opgevrolijkt
wij hadden opgevrolijkt
jullie hadden opgevrolijkt
zij hadden opgevrolijkt
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal opvrolijken
jij zult opvrolijken
hij zal opvrolijken
wij zullen opvrolijken
jullie zullen opvrolijken
zij zullen opvrolijken
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal opgevrolijkt hebben
jij zult opgevrolijkt hebben
hij zal opgevrolijkt hebben
wij zullen opgevrolijkt hebben
jullie zullen opgevrolijkt hebben
zij zullen opgevrolijkt hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou opvrolijken
jij zou opvrolijken
hij zou opvrolijken
wij zouden opvrolijken
jullie zouden opvrolijken
zij zouden opvrolijken
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou opgevrolijkt hebben
jij zou opgevrolijkt hebben
hij zou opgevrolijkt hebben
wij zouden opgevrolijkt hebben
jullie zouden opgevrolijkt hebben
zij zouden opgevrolijkt hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
vrolijk op

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/opvrolijken

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English