Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

opvissen vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: opvissen
Synoniemen: opduikelen

FR: déterrer, sortir de l'eau

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
opgevist
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik vis op
jij vist op
hij vist op
wij vissen op
jullie vissen op
zij vissen op
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb opgevist
jij hebt opgevist
hij heeft opgevist
wij hebben opgevist
jullie hebben opgevist
zij hebben opgevist
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik viste op
jij viste op
hij viste op
wij visten op
jullie visten op
zij visten op
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had opgevist
jij had opgevist
hij had opgevist
wij hadden opgevist
jullie hadden opgevist
zij hadden opgevist
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal opvissen
jij zult opvissen
hij zal opvissen
wij zullen opvissen
jullie zullen opvissen
zij zullen opvissen
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal opgevist hebben
jij zult opgevist hebben
hij zal opgevist hebben
wij zullen opgevist hebben
jullie zullen opgevist hebben
zij zullen opgevist hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou opvissen
jij zou opvissen
hij zou opvissen
wij zouden opvissen
jullie zouden opvissen
zij zouden opvissen
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou opgevist hebben
jij zou opgevist hebben
hij zou opgevist hebben
wij zouden opgevist hebben
jullie zouden opgevist hebben
zij zouden opgevist hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
vis op

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/opvissen

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English