NL: opterenSynoniemen: kiezen, opmaken
DE: optieren, aufzehren
EN: choose, opt
FR: choisir
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geopteerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik opteer jij opteert hij opteert wij opteren jullie opteren zij opteren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geopteerd jij hebt geopteerd hij heeft geopteerd wij hebben geopteerd jullie hebben geopteerd zij hebben geopteerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik opteerde jij opteerde hij opteerde wij opteerden jullie opteerden zij opteerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geopteerd jij had geopteerd hij had geopteerd wij hadden geopteerd jullie hadden geopteerd zij hadden geopteerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal opteren jij zult opteren hij zal opteren wij zullen opteren jullie zullen opteren zij zullen opteren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geopteerd hebben jij zult geopteerd hebben hij zal geopteerd hebben wij zullen geopteerd hebben jullie zullen geopteerd hebben zij zullen geopteerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou opteren jij zou opteren hij zou opteren wij zouden opteren jullie zouden opteren zij zouden opteren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geopteerd hebben jij zou geopteerd hebben hij zou geopteerd hebben wij zouden geopteerd hebben jullie zouden geopteerd hebben zij zouden geopteerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
opteer
|