NL: opstekenSynoniemen: aanleren, aansteken, leren, omhoogsteken, toenemen, oppikken, meepikken, meekrijgen, verwerven
DE: anzünden, eine Zigarette entzünden, anmachen, anstecken, aufrollen, in Brand stecken
EN: light a cigaret
ES: comenzar, alzar, encender un sigarrillo
FR: allumer une cigarette
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
opgestoken
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik steek op jij steekt op hij steekt op wij steken op jullie steken op zij steken op
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb opgestoken jij hebt opgestoken hij heeft opgestoken wij hebben opgestoken jullie hebben opgestoken zij hebben opgestoken
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik stak op jij stak op hij stak op wij staken op jullie staken op zij staken op
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had opgestoken jij had opgestoken hij had opgestoken wij hadden opgestoken jullie hadden opgestoken zij hadden opgestoken
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal opsteken jij zult opsteken hij zal opsteken wij zullen opsteken jullie zullen opsteken zij zullen opsteken
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal opgestoken hebben jij zult opgestoken hebben hij zal opgestoken hebben wij zullen opgestoken hebben jullie zullen opgestoken hebben zij zullen opgestoken hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou opsteken jij zou opsteken hij zou opsteken wij zouden opsteken jullie zouden opsteken zij zouden opsteken
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou opgestoken hebben jij zou opgestoken hebben hij zou opgestoken hebben wij zouden opgestoken hebben jullie zouden opgestoken hebben zij zouden opgestoken hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
steek op
|