Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

opstapelen vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: opstapelen
Synoniemen: aangroeien, ophopen, opkroppen, opeenhopen, cumuleren, stapelen

DE: das Ansammeln, das Anhäufen
EN: the accumulation
ES: el aumento, la acumulación
FR: la accumulation, le cumul, le entassement

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
opgestapeld
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik stapel op
jij stapelt op
hij stapelt op
wij stapelen op
jullie stapelen op
zij stapelen op
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb opgestapeld
jij hebt opgestapeld
hij heeft opgestapeld
wij hebben opgestapeld
jullie hebben opgestapeld
zij hebben opgestapeld
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik stapelde op
jij stapelde op
hij stapelde op
wij stapelden op
jullie stapelden op
zij stapelden op
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had opgestapeld
jij had opgestapeld
hij had opgestapeld
wij hadden opgestapeld
jullie hadden opgestapeld
zij hadden opgestapeld
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal opstapelen
jij zult opstapelen
hij zal opstapelen
wij zullen opstapelen
jullie zullen opstapelen
zij zullen opstapelen
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal opgestapeld hebben
jij zult opgestapeld hebben
hij zal opgestapeld hebben
wij zullen opgestapeld hebben
jullie zullen opgestapeld hebben
zij zullen opgestapeld hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou opstapelen
jij zou opstapelen
hij zou opstapelen
wij zouden opstapelen
jullie zouden opstapelen
zij zouden opstapelen
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou opgestapeld hebben
jij zou opgestapeld hebben
hij zou opgestapeld hebben
wij zouden opgestapeld hebben
jullie zouden opgestapeld hebben
zij zouden opgestapeld hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
stapel op

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/opstapelen

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English