NL: opstaanSynoniemen: gaan staan, opkomen, overeind staan, rebelleren, verheffen, wassen, verrijzen, stijgen, rijzen, opgaan, klimmen, bestijgen, omhoogrijzen, omhoogkomen
DE: aufstehen, sich erheben
EN: rise
ES: ponerse de pie
FR: se lever, lever, se dresser, se mettre debout, relever, monter, dresser, s'élever
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
opgestaan
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik sta op jij staat op hij staat op wij staan op jullie staan op zij staan op
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik ben opgestaan jij bent opgestaan hij is opgestaan wij zijn opgestaan jullie zijn opgestaan zij zijn opgestaan
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik stond op jij stond op hij stond op wij stonden op jullie stonden op zij stonden op
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik was opgestaan jij was opgestaan hij was opgestaan wij waren opgestaan jullie waren opgestaan zij waren opgestaan
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal opstaan jij zult opstaan hij zal opstaan wij zullen opstaan jullie zullen opstaan zij zullen opstaan
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal opgestaan zijn jij zult opgestaan zijn hij zal opgestaan zijn wij zullen opgestaan zijn jullie zullen opgestaan zijn zij zullen opgestaan zijn
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou opstaan jij zou opstaan hij zou opstaan wij zouden opstaan jullie zouden opstaan zij zouden opstaan
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou opgestaan zijn jij zou opgestaan zijn hij zou opgestaan zijn wij zouden opgestaan zijn jullie zouden opgestaan zijn zij zouden opgestaan zijn
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
sta op
|