NL: opsparenSynoniemen: bewaren
EN: save up
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
opgespaard
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik spaar op jij spaart op hij spaart op wij sparen op jullie sparen op zij sparen op
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb opgespaard jij hebt opgespaard hij heeft opgespaard wij hebben opgespaard jullie hebben opgespaard zij hebben opgespaard
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik spaarde op jij spaarde op hij spaarde op wij spaarden op jullie spaarden op zij spaarden op
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had opgespaard jij had opgespaard hij had opgespaard wij hadden opgespaard jullie hadden opgespaard zij hadden opgespaard
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal opsparen jij zult opsparen hij zal opsparen wij zullen opsparen jullie zullen opsparen zij zullen opsparen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal opgespaard hebben jij zult opgespaard hebben hij zal opgespaard hebben wij zullen opgespaard hebben jullie zullen opgespaard hebben zij zullen opgespaard hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou opsparen jij zou opsparen hij zou opsparen wij zouden opsparen jullie zouden opsparen zij zouden opsparen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou opgespaard hebben jij zou opgespaard hebben hij zou opgespaard hebben wij zouden opgespaard hebben jullie zouden opgespaard hebben zij zouden opgespaard hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
spaar op
|