Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

opsieren vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: opsieren
Synoniemen: optuigen, tooien, verfraaien, verluchten, opschikken, opsmukken, versieren, decoreren

DE: schmücken, ausstaffieren, aufmachen, schminken, verzieren, aufpolieren, dekorieren, aufputzen, herausputzen, feinmachen
EN: embellish, decorate, doll up, trim, beautify, garnish, dress up
FR: embellir, rafraîchir, garnir, orner, maquiller, décorer, parer, farder

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
opgesierd
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik sier op
jij siert op
hij siert op
wij sieren op
jullie sieren op
zij sieren op
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb opgesierd
jij hebt opgesierd
hij heeft opgesierd
wij hebben opgesierd
jullie hebben opgesierd
zij hebben opgesierd
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik sierde op
jij sierde op
hij sierde op
wij sierden op
jullie sierden op
zij sierden op
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had opgesierd
jij had opgesierd
hij had opgesierd
wij hadden opgesierd
jullie hadden opgesierd
zij hadden opgesierd
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal opsieren
jij zult opsieren
hij zal opsieren
wij zullen opsieren
jullie zullen opsieren
zij zullen opsieren
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal opgesierd hebben
jij zult opgesierd hebben
hij zal opgesierd hebben
wij zullen opgesierd hebben
jullie zullen opgesierd hebben
zij zullen opgesierd hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou opsieren
jij zou opsieren
hij zou opsieren
wij zouden opsieren
jullie zouden opsieren
zij zouden opsieren
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou opgesierd hebben
jij zou opgesierd hebben
hij zou opgesierd hebben
wij zouden opgesierd hebben
jullie zouden opgesierd hebben
zij zouden opgesierd hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
sier op

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/opsieren

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English