NL: oprapenSynoniemen: oppakken, oppikken, rapen, vatten, pakken, nemen, aanvatten, opsnappen
DE: aufnehmen, aufheben, versammeln, auflesen, zusammentragen, ansammeln, aufsammeln
EN: gather, pick up, glean, collect
ES: recoger, recoger del suelo
FR: ramasser, prendre, cueillir, amasser, recueillir
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
opgeraapt
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik raap op jij raapt op hij raapt op wij rapen op jullie rapen op zij rapen op
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb opgeraapt jij hebt opgeraapt hij heeft opgeraapt wij hebben opgeraapt jullie hebben opgeraapt zij hebben opgeraapt
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik raapte op jij raapte op hij raapte op wij raapten op jullie raapten op zij raapten op
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had opgeraapt jij had opgeraapt hij had opgeraapt wij hadden opgeraapt jullie hadden opgeraapt zij hadden opgeraapt
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal oprapen jij zult oprapen hij zal oprapen wij zullen oprapen jullie zullen oprapen zij zullen oprapen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal opgeraapt hebben jij zult opgeraapt hebben hij zal opgeraapt hebben wij zullen opgeraapt hebben jullie zullen opgeraapt hebben zij zullen opgeraapt hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou oprapen jij zou oprapen hij zou oprapen wij zouden oprapen jullie zouden oprapen zij zouden oprapen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou opgeraapt hebben jij zou opgeraapt hebben hij zou opgeraapt hebben wij zouden opgeraapt hebben jullie zouden opgeraapt hebben zij zouden opgeraapt hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
raap op
|