Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

opponeren vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: opponeren
Synoniemen: tegenwerpen, tegenspreken

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
geopponeerd
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik opponeer
jij opponeert
hij opponeert
wij opponeren
jullie opponeren
zij opponeren
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb geopponeerd
jij hebt geopponeerd
hij heeft geopponeerd
wij hebben geopponeerd
jullie hebben geopponeerd
zij hebben geopponeerd
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik opponeerde
jij opponeerde
hij opponeerde
wij opponeerden
jullie opponeerden
zij opponeerden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had geopponeerd
jij had geopponeerd
hij had geopponeerd
wij hadden geopponeerd
jullie hadden geopponeerd
zij hadden geopponeerd
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal opponeren
jij zult opponeren
hij zal opponeren
wij zullen opponeren
jullie zullen opponeren
zij zullen opponeren
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal geopponeerd hebben
jij zult geopponeerd hebben
hij zal geopponeerd hebben
wij zullen geopponeerd hebben
jullie zullen geopponeerd hebben
zij zullen geopponeerd hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou opponeren
jij zou opponeren
hij zou opponeren
wij zouden opponeren
jullie zouden opponeren
zij zouden opponeren
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou geopponeerd hebben
jij zou geopponeerd hebben
hij zou geopponeerd hebben
wij zouden geopponeerd hebben
jullie zouden geopponeerd hebben
zij zouden geopponeerd hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
opponeer

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/opponeren

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English