Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

oppeuzelen vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: oppeuzelen
Synoniemen: opeten, verorberen, nuttigen, gebruiken, eten, consumeren, verzwelgen, verslinden, opvreten

DE: das Verputzen, das Aufknabbern, das Verschmausen, das Wegputzen
EN: the munching, the eating, the nibbling
FR: le bouffer, le grignoter

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
opgepeuzeld
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik peuzel op
jij peuzelt op
hij peuzelt op
wij peuzelen op
jullie peuzelen op
zij peuzelen op
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb opgepeuzeld
jij hebt opgepeuzeld
hij heeft opgepeuzeld
wij hebben opgepeuzeld
jullie hebben opgepeuzeld
zij hebben opgepeuzeld
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik peuzelde op
jij peuzelde op
hij peuzelde op
wij peuzelden op
jullie peuzelden op
zij peuzelden op
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had opgepeuzeld
jij had opgepeuzeld
hij had opgepeuzeld
wij hadden opgepeuzeld
jullie hadden opgepeuzeld
zij hadden opgepeuzeld
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal oppeuzelen
jij zult oppeuzelen
hij zal oppeuzelen
wij zullen oppeuzelen
jullie zullen oppeuzelen
zij zullen oppeuzelen
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal opgepeuzeld hebben
jij zult opgepeuzeld hebben
hij zal opgepeuzeld hebben
wij zullen opgepeuzeld hebben
jullie zullen opgepeuzeld hebben
zij zullen opgepeuzeld hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou oppeuzelen
jij zou oppeuzelen
hij zou oppeuzelen
wij zouden oppeuzelen
jullie zouden oppeuzelen
zij zouden oppeuzelen
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou opgepeuzeld hebben
jij zou opgepeuzeld hebben
hij zou opgepeuzeld hebben
wij zouden opgepeuzeld hebben
jullie zouden opgepeuzeld hebben
zij zouden opgepeuzeld hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
peuzel op

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/oppeuzelen

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English