NL: opperenSynoniemen: aanvoeren, poneren, suggereren, opwerpen, entameren, aansnijden, aankaarten, stellen
DE: vorschlagen, entgegnen, vorbringen, einbringen, entgegenbringen, entgegenhalten
EN: propose, raise, bring forward, bring in, present, initiate, introduce, nominate
ES: proponer, sugerir
FR: proposer, avancer, présenter
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geopperd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik opper jij oppert hij oppert wij opperen jullie opperen zij opperen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geopperd jij hebt geopperd hij heeft geopperd wij hebben geopperd jullie hebben geopperd zij hebben geopperd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik opperde jij opperde hij opperde wij opperden jullie opperden zij opperden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geopperd jij had geopperd hij had geopperd wij hadden geopperd jullie hadden geopperd zij hadden geopperd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal opperen jij zult opperen hij zal opperen wij zullen opperen jullie zullen opperen zij zullen opperen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geopperd hebben jij zult geopperd hebben hij zal geopperd hebben wij zullen geopperd hebben jullie zullen geopperd hebben zij zullen geopperd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou opperen jij zou opperen hij zou opperen wij zouden opperen jullie zouden opperen zij zouden opperen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geopperd hebben jij zou geopperd hebben hij zou geopperd hebben wij zouden geopperd hebben jullie zouden geopperd hebben zij zouden geopperd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
opper
|