NL: opnoemenSynoniemen: afroepen, opgeven, opsommen
DE: opnoemen (opsommen): aufzählen, aufführen, nennen
EN: opnoemen (opsommen): enumerate, mention, list, name
FR: opnoemen (opsommen): énumérer, nommer
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
opgenoemd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik noem op jij noemt op hij noemt op wij noemen op jullie noemen op zij noemen op
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb opgenoemd jij hebt opgenoemd hij heeft opgenoemd wij hebben opgenoemd jullie hebben opgenoemd zij hebben opgenoemd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik noemde op jij noemde op hij noemde op wij noemden op jullie noemden op zij noemden op
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had opgenoemd jij had opgenoemd hij had opgenoemd wij hadden opgenoemd jullie hadden opgenoemd zij hadden opgenoemd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal opnoemen jij zult opnoemen hij zal opnoemen wij zullen opnoemen jullie zullen opnoemen zij zullen opnoemen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal opgenoemd hebben jij zult opgenoemd hebben hij zal opgenoemd hebben wij zullen opgenoemd hebben jullie zullen opgenoemd hebben zij zullen opgenoemd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou opnoemen jij zou opnoemen hij zou opnoemen wij zouden opnoemen jullie zouden opnoemen zij zouden opnoemen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou opgenoemd hebben jij zou opgenoemd hebben hij zou opgenoemd hebben wij zouden opgenoemd hebben jullie zouden opgenoemd hebben zij zouden opgenoemd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
noem op
|