NL: opnemenSynoniemen: absorberen, bekijken, beoordelen, gadeslaan, inspreken, noteren, onthouden, opdweilen, opmeten, oppakken, opslorpen, opvangen, opvatten, registreren, vastleggen, tapen, onregbrengen, opslaan, opslurpen
DE: einsprechen
EN: record
ES: grabar un texto en la cinta
FR: enregistrer
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
opgenomen
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik neem op jij neemt op hij neemt op wij nemen op jullie nemen op zij nemen op
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb opgenomen jij hebt opgenomen hij heeft opgenomen wij hebben opgenomen jullie hebben opgenomen zij hebben opgenomen
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik nam op jij nam op hij nam op wij namen op jullie namen op zij namen op
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had opgenomen jij had opgenomen hij had opgenomen wij hadden opgenomen jullie hadden opgenomen zij hadden opgenomen
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal opnemen jij zult opnemen hij zal opnemen wij zullen opnemen jullie zullen opnemen zij zullen opnemen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal opgenomen hebben jij zult opgenomen hebben hij zal opgenomen hebben wij zullen opgenomen hebben jullie zullen opgenomen hebben zij zullen opgenomen hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou opnemen jij zou opnemen hij zou opnemen wij zouden opnemen jullie zouden opnemen zij zouden opnemen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou opgenomen hebben jij zou opgenomen hebben hij zou opgenomen hebben wij zouden opgenomen hebben jullie zouden opgenomen hebben zij zouden opgenomen hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
neem op
|