NL: opnaaienSynoniemen: opstikken
EN: opnaaien (opstikken): sew on
FR: opnaaien (opstikken): coudre sur
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
opgenaaid
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik naai op jij naait op hij naait op wij naaien op jullie naaien op zij naaien op
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb opgenaaid jij hebt opgenaaid hij heeft opgenaaid wij hebben opgenaaid jullie hebben opgenaaid zij hebben opgenaaid
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik naaide op jij naaide op hij naaide op wij naaiden op jullie naaiden op zij naaiden op
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had opgenaaid jij had opgenaaid hij had opgenaaid wij hadden opgenaaid jullie hadden opgenaaid zij hadden opgenaaid
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal opnaaien jij zult opnaaien hij zal opnaaien wij zullen opnaaien jullie zullen opnaaien zij zullen opnaaien
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal opgenaaid hebben jij zult opgenaaid hebben hij zal opgenaaid hebben wij zullen opgenaaid hebben jullie zullen opgenaaid hebben zij zullen opgenaaid hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou opnaaien jij zou opnaaien hij zou opnaaien wij zouden opnaaien jullie zouden opnaaien zij zouden opnaaien
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou opgenaaid hebben jij zou opgenaaid hebben hij zou opgenaaid hebben wij zouden opgenaaid hebben jullie zouden opgenaaid hebben zij zouden opgenaaid hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
naai op
|