NL: opluisterenSynoniemen: omlijsten, tooien, versieren
EN: add lustre to, adorn, grace
FR: embellir
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
opgeluisterd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik luister op jij luistert op hij luistert op wij luisteren op jullie luisteren op zij luisteren op
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb opgeluisterd jij hebt opgeluisterd hij heeft opgeluisterd wij hebben opgeluisterd jullie hebben opgeluisterd zij hebben opgeluisterd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik luisterde op jij luisterde op hij luisterde op wij luisterden op jullie luisterden op zij luisterden op
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had opgeluisterd jij had opgeluisterd hij had opgeluisterd wij hadden opgeluisterd jullie hadden opgeluisterd zij hadden opgeluisterd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal opluisteren jij zult opluisteren hij zal opluisteren wij zullen opluisteren jullie zullen opluisteren zij zullen opluisteren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal opgeluisterd hebben jij zult opgeluisterd hebben hij zal opgeluisterd hebben wij zullen opgeluisterd hebben jullie zullen opgeluisterd hebben zij zullen opgeluisterd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou opluisteren jij zou opluisteren hij zou opluisteren wij zouden opluisteren jullie zouden opluisteren zij zouden opluisteren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou opgeluisterd hebben jij zou opgeluisterd hebben hij zou opgeluisterd hebben wij zouden opgeluisterd hebben jullie zouden opgeluisterd hebben zij zouden opgeluisterd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
luister op
|