NL: opluchtenEN: relieve
FR: soulager, aérer, rafraîchir
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
opgelucht
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik lucht op jij lucht op hij lucht op wij luchten op jullie luchten op zij luchten op
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb opgelucht jij hebt opgelucht hij heeft opgelucht wij hebben opgelucht jullie hebben opgelucht zij hebben opgelucht
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik luchtte op jij luchtte op hij luchtte op wij luchtten op jullie luchtten op zij luchtten op
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had opgelucht jij had opgelucht hij had opgelucht wij hadden opgelucht jullie hadden opgelucht zij hadden opgelucht
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal opluchten jij zult opluchten hij zal opluchten wij zullen opluchten jullie zullen opluchten zij zullen opluchten
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal opgelucht hebben jij zult opgelucht hebben hij zal opgelucht hebben wij zullen opgelucht hebben jullie zullen opgelucht hebben zij zullen opgelucht hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou opluchten jij zou opluchten hij zou opluchten wij zouden opluchten jullie zouden opluchten zij zouden opluchten
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou opgelucht hebben jij zou opgelucht hebben hij zou opgelucht hebben wij zouden opgelucht hebben jullie zouden opgelucht hebben zij zouden opgelucht hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
lucht op
|