Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

oplossen vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: oplossen
Synoniemen: beëindigen, berekenen, ontrafelen, ontwarren, verdwijnen, ontcijferen, ontraadselen, ontknopen

DE: auflösen, lösen, teilen, herausbringen, ausknobeln, ausklügeln, entziffern, entwirren, aufknöpfen, deuten
EN: solve, unravel
ES: resolver, solucionar, disolver, descifrar, desembrollar, desenmarañar, desenredar, disolverse, desleír
FR: résoudre, découvrir, dénouer, déchiffrer, décrypter, démêler

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
opgelost
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik los op
jij lost op
hij lost op
wij lossen op
jullie lossen op
zij lossen op
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb opgelost
jij hebt opgelost
hij heeft opgelost
wij hebben opgelost
jullie hebben opgelost
zij hebben opgelost
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik loste op
jij loste op
hij loste op
wij losten op
jullie losten op
zij losten op
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had opgelost
jij had opgelost
hij had opgelost
wij hadden opgelost
jullie hadden opgelost
zij hadden opgelost
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal oplossen
jij zult oplossen
hij zal oplossen
wij zullen oplossen
jullie zullen oplossen
zij zullen oplossen
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal opgelost hebben
jij zult opgelost hebben
hij zal opgelost hebben
wij zullen opgelost hebben
jullie zullen opgelost hebben
zij zullen opgelost hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou oplossen
jij zou oplossen
hij zou oplossen
wij zouden oplossen
jullie zouden oplossen
zij zouden oplossen
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou opgelost hebben
jij zou opgelost hebben
hij zou opgelost hebben
wij zouden opgelost hebben
jullie zouden opgelost hebben
zij zouden opgelost hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
los op

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/oplossen

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English