NL: oploevenDE: aufluven
EN: luff up, haul upon the wind
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
opgeloefd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik loef op jij loeft op hij loeft op wij loeven op jullie loeven op zij loeven op
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb opgeloefd jij hebt opgeloefd hij heeft opgeloefd wij hebben opgeloefd jullie hebben opgeloefd zij hebben opgeloefd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik loefde op jij loefde op hij loefde op wij loefden op jullie loefden op zij loefden op
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had opgeloefd jij had opgeloefd hij had opgeloefd wij hadden opgeloefd jullie hadden opgeloefd zij hadden opgeloefd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal oploeven jij zult oploeven hij zal oploeven wij zullen oploeven jullie zullen oploeven zij zullen oploeven
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal opgeloefd hebben jij zult opgeloefd hebben hij zal opgeloefd hebben wij zullen opgeloefd hebben jullie zullen opgeloefd hebben zij zullen opgeloefd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou oploeven jij zou oploeven hij zou oploeven wij zouden oploeven jullie zouden oploeven zij zouden oploeven
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou opgeloefd hebben jij zou opgeloefd hebben hij zou opgeloefd hebben wij zouden opgeloefd hebben jullie zouden opgeloefd hebben zij zouden opgeloefd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
loef op
|