Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

oplezen vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: oplezen
Synoniemen: afroepen, aflezen, bekendmaken, afkondigen

EN: oplezen (openbaar maken): divulge something, make something public

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
opgelezen
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik lees op
jij leest op
hij leest op
wij lezen op
jullie lezen op
zij lezen op
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb opgelezen
jij hebt opgelezen
hij heeft opgelezen
wij hebben opgelezen
jullie hebben opgelezen
zij hebben opgelezen
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik las op
jij las op
hij las op
wij lazen op
jullie lazen op
zij lazen op
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had opgelezen
jij had opgelezen
hij had opgelezen
wij hadden opgelezen
jullie hadden opgelezen
zij hadden opgelezen
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal oplezen
jij zult oplezen
hij zal oplezen
wij zullen oplezen
jullie zullen oplezen
zij zullen oplezen
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal opgelezen hebben
jij zult opgelezen hebben
hij zal opgelezen hebben
wij zullen opgelezen hebben
jullie zullen opgelezen hebben
zij zullen opgelezen hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou oplezen
jij zou oplezen
hij zou oplezen
wij zouden oplezen
jullie zouden oplezen
zij zouden oplezen
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou opgelezen hebben
jij zou opgelezen hebben
hij zou opgelezen hebben
wij zouden opgelezen hebben
jullie zouden opgelezen hebben
zij zouden opgelezen hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
lees op

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/oplezen

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English