NL: opleverenSynoniemen: afleveren, opbrengen, rijpen
DE: opleveren (opbrengen): ergeben, eintragen, gewinnen, einbringen, abwerfen
EN: opleveren (opbrengen): produce, bring in
ES: opleveren (opbrengen): producir, dar frutos, rendir, proporcionar beneficios, dar resultados
FR: opleveren (opbrengen): rapporter, produire, livrer
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
opgeleverd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik lever op jij levert op hij levert op wij leveren op jullie leveren op zij leveren op
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb opgeleverd jij hebt opgeleverd hij heeft opgeleverd wij hebben opgeleverd jullie hebben opgeleverd zij hebben opgeleverd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik leverde op jij leverde op hij leverde op wij leverden op jullie leverden op zij leverden op
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had opgeleverd jij had opgeleverd hij had opgeleverd wij hadden opgeleverd jullie hadden opgeleverd zij hadden opgeleverd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal opleveren jij zult opleveren hij zal opleveren wij zullen opleveren jullie zullen opleveren zij zullen opleveren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal opgeleverd hebben jij zult opgeleverd hebben hij zal opgeleverd hebben wij zullen opgeleverd hebben jullie zullen opgeleverd hebben zij zullen opgeleverd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou opleveren jij zou opleveren hij zou opleveren wij zouden opleveren jullie zouden opleveren zij zouden opleveren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou opgeleverd hebben jij zou opgeleverd hebben hij zou opgeleverd hebben wij zouden opgeleverd hebben jullie zouden opgeleverd hebben zij zouden opgeleverd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
lever op
|