NL: opladenSynoniemen: laden, opleggen
DE: opladen (op iets laden): aufladen, elektrizieren
EN: opladen (op iets laden): heap up
ES: opladen (op iets laden): cargar
FR: opladen (op iets laden): charger, recharger
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
opgeladen
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik laad op jij laadt op hij laadt op wij laden op jullie laden op zij laden op
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb opgeladen jij hebt opgeladen hij heeft opgeladen wij hebben opgeladen jullie hebben opgeladen zij hebben opgeladen
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik laadde op jij laadde op hij laadde op wij laadden op jullie laadden op zij laadden op
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had opgeladen jij had opgeladen hij had opgeladen wij hadden opgeladen jullie hadden opgeladen zij hadden opgeladen
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal opladen jij zult opladen hij zal opladen wij zullen opladen jullie zullen opladen zij zullen opladen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal opgeladen hebben jij zult opgeladen hebben hij zal opgeladen hebben wij zullen opgeladen hebben jullie zullen opgeladen hebben zij zullen opgeladen hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou opladen jij zou opladen hij zou opladen wij zouden opladen jullie zouden opladen zij zouden opladen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou opgeladen hebben jij zou opgeladen hebben hij zou opgeladen hebben wij zouden opgeladen hebben jullie zouden opgeladen hebben zij zouden opgeladen hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
laad op
|