NL: oplaaienSynoniemen: opvlammen, uitbarsten, dóórbreken
EN: oplaaien (opvlammen): blaze up, flare up
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
opgelaaid
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik laai op jij laait op hij laait op wij laaien op jullie laaien op zij laaien op
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb opgelaaid jij hebt opgelaaid hij heeft opgelaaid wij hebben opgelaaid jullie hebben opgelaaid zij hebben opgelaaid
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik laaide op jij laaide op hij laaide op wij laaiden op jullie laaiden op zij laaiden op
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had opgelaaid jij had opgelaaid hij had opgelaaid wij hadden opgelaaid jullie hadden opgelaaid zij hadden opgelaaid
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal oplaaien jij zult oplaaien hij zal oplaaien wij zullen oplaaien jullie zullen oplaaien zij zullen oplaaien
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal opgelaaid hebben jij zult opgelaaid hebben hij zal opgelaaid hebben wij zullen opgelaaid hebben jullie zullen opgelaaid hebben zij zullen opgelaaid hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou oplaaien jij zou oplaaien hij zou oplaaien wij zouden oplaaien jullie zouden oplaaien zij zouden oplaaien
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou opgelaaid hebben jij zou opgelaaid hebben hij zou opgelaaid hebben wij zouden opgelaaid hebben jullie zouden opgelaaid hebben zij zouden opgelaaid hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
laai op
|