NL: opknappenSynoniemen: beter worden, doen, moderniseren, opkalefateren, opkikkeren, renoveren, uitzitten, opvijzelen, oplappen
DE: opknappen (in goede staat brengen): restaurieren, renovieren, erneuern, erfrischen, neugestalten, innovieren
EN: opknappen (in goede staat brengen): renovate, renew, resume
ES: opknappen (in goede staat brengen): renovar, arreglar, restaurar
FR: opknappen (in goede staat brengen): restaurer, rénover, retaper, arranger, renouveler, rafraîchir, rajuster, régénérer, revitaliser, enjoliver
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
opgeknapt
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik knap op jij knapt op hij knapt op wij knappen op jullie knappen op zij knappen op
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb opgeknapt jij hebt opgeknapt hij heeft opgeknapt wij hebben opgeknapt jullie hebben opgeknapt zij hebben opgeknapt
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik knapte op jij knapte op hij knapte op wij knapten op jullie knapten op zij knapten op
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had opgeknapt jij had opgeknapt hij had opgeknapt wij hadden opgeknapt jullie hadden opgeknapt zij hadden opgeknapt
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal opknappen jij zult opknappen hij zal opknappen wij zullen opknappen jullie zullen opknappen zij zullen opknappen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal opgeknapt hebben jij zult opgeknapt hebben hij zal opgeknapt hebben wij zullen opgeknapt hebben jullie zullen opgeknapt hebben zij zullen opgeknapt hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou opknappen jij zou opknappen hij zou opknappen wij zouden opknappen jullie zouden opknappen zij zouden opknappen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou opgeknapt hebben jij zou opgeknapt hebben hij zou opgeknapt hebben wij zouden opgeknapt hebben jullie zouden opgeknapt hebben zij zouden opgeknapt hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
knap op
|