Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

ophouden vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: ophouden
Synoniemen: aflaten, afnokken, behouden, bevinden, omhooghouden, opgeven, stoppen, stopzetten, tegenhouden, temporiseren, uitsterven, eindigen, uitlopen, uitgaan, terechtkomen, arriveren, aflopen, aanlanden, aankomen, aanbelanden, verlopen, uitraken, beëindigen, afs

DE: ophouden (aflaten): ablassen
EN: ophouden (aflaten): cease, desist from
ES: ophouden (aflaten): dejar, desistir de, no ponerse
FR: ophouden (aflaten): arrêter

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
opgehouden
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik houd op; hou op
jij houdt op
hij houdt op
wij houden op
jullie houden op
zij houden op
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb opgehouden
jij hebt opgehouden
hij heeft opgehouden
wij hebben opgehouden
jullie hebben opgehouden
zij hebben opgehouden
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik hield op
jij hield op
hij hield op
wij hielden op
jullie hielden op
zij hielden op
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had opgehouden
jij had opgehouden
hij had opgehouden
wij hadden opgehouden
jullie hadden opgehouden
zij hadden opgehouden
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal ophouden
jij zult ophouden
hij zal ophouden
wij zullen ophouden
jullie zullen ophouden
zij zullen ophouden
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal opgehouden hebben
jij zult opgehouden hebben
hij zal opgehouden hebben
wij zullen opgehouden hebben
jullie zullen opgehouden hebben
zij zullen opgehouden hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou ophouden
jij zou ophouden
hij zou ophouden
wij zouden ophouden
jullie zouden ophouden
zij zouden ophouden
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou opgehouden hebben
jij zou opgehouden hebben
hij zou opgehouden hebben
wij zouden opgehouden hebben
jullie zouden opgehouden hebben
zij zouden opgehouden hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
houd op; hou op

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/ophouden

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English