NL: ophoestenSynoniemen: hoesten
EN: ophoesten (voor de dag komen met): cough up, come forward with, turn out
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
opgehoest
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik hoest op jij hoest op hij hoest op wij hoesten op jullie hoesten op zij hoesten op
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb opgehoest jij hebt opgehoest hij heeft opgehoest wij hebben opgehoest jullie hebben opgehoest zij hebben opgehoest
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik hoestte op jij hoestte op hij hoestte op wij hoestten op jullie hoestten op zij hoestten op
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had opgehoest jij had opgehoest hij had opgehoest wij hadden opgehoest jullie hadden opgehoest zij hadden opgehoest
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal ophoesten jij zult ophoesten hij zal ophoesten wij zullen ophoesten jullie zullen ophoesten zij zullen ophoesten
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal opgehoest hebben jij zult opgehoest hebben hij zal opgehoest hebben wij zullen opgehoest hebben jullie zullen opgehoest hebben zij zullen opgehoest hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou ophoesten jij zou ophoesten hij zou ophoesten wij zouden ophoesten jullie zouden ophoesten zij zouden ophoesten
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou opgehoest hebben jij zou opgehoest hebben hij zou opgehoest hebben wij zouden opgehoest hebben jullie zouden opgehoest hebben zij zouden opgehoest hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
hoest op
|