NL: ophemelenSynoniemen: loven
DE: ophemelen (hemelhoog prijzen): loben, preisen, achten, segnen, rühmen, indenHimmelheben, lobpreisen, ehren, hochachten, herausstreichen
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
opgehemeld
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik hemel op jij hemelt op hij hemelt op wij hemelen op jullie hemelen op zij hemelen op
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb opgehemeld jij hebt opgehemeld hij heeft opgehemeld wij hebben opgehemeld jullie hebben opgehemeld zij hebben opgehemeld
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik hemelde op jij hemelde op hij hemelde op wij hemelden op jullie hemelden op zij hemelden op
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had opgehemeld jij had opgehemeld hij had opgehemeld wij hadden opgehemeld jullie hadden opgehemeld zij hadden opgehemeld
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal ophemelen jij zult ophemelen hij zal ophemelen wij zullen ophemelen jullie zullen ophemelen zij zullen ophemelen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal opgehemeld hebben jij zult opgehemeld hebben hij zal opgehemeld hebben wij zullen opgehemeld hebben jullie zullen opgehemeld hebben zij zullen opgehemeld hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou ophemelen jij zou ophemelen hij zou ophemelen wij zouden ophemelen jullie zouden ophemelen zij zouden ophemelen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou opgehemeld hebben jij zou opgehemeld hebben hij zou opgehemeld hebben wij zouden opgehemeld hebben jullie zouden opgehemeld hebben zij zouden opgehemeld hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
hemel op
|