NL: opgevenSynoniemen: aanmelden, afhaken, afvallen, afzeggen, braken, capituleren, dicteren, eraan geven, inschrijven, ophouden, prijsgeven, stoppen, subscriberen, aanvragen, intekenen, afleggen, uitleveren, overgeven, eruitstappen, afstand, uitscheiden, staken, opofferen
DE: die Hoffnung aufgeben, aufgeben
EN: give up hope
ES: perder toda esperanza, abandonar toda esperanza
FR: désespérer, perdre l'espoir
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
opgegeven
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik geef op jij geeft op hij geeft op wij geven op jullie geven op zij geven op
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb opgegeven jij hebt opgegeven hij heeft opgegeven wij hebben opgegeven jullie hebben opgegeven zij hebben opgegeven
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik gaf op jij gaf op hij gaf op wij gaven op jullie gaven op zij gaven op
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had opgegeven jij had opgegeven hij had opgegeven wij hadden opgegeven jullie hadden opgegeven zij hadden opgegeven
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal opgeven jij zult opgeven hij zal opgeven wij zullen opgeven jullie zullen opgeven zij zullen opgeven
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal opgegeven hebben jij zult opgegeven hebben hij zal opgegeven hebben wij zullen opgegeven hebben jullie zullen opgegeven hebben zij zullen opgegeven hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou opgeven jij zou opgeven hij zou opgeven wij zouden opgeven jullie zouden opgeven zij zouden opgeven
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou opgegeven hebben jij zou opgegeven hebben hij zou opgegeven hebben wij zouden opgegeven hebben jullie zouden opgegeven hebben zij zouden opgegeven hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
geef op
|