Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

opfrissen vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: opfrissen
Synoniemen: luchten, ophalen, verfrissen, verlevendigen, verkwikken, verkoelen

DE: erfrischen, abkühlen, sich erholen, auffrischen, aufmöbeln
EN: freshen up, refresh, tidy up, freshen
ES: sanar, arreglarse un poco, darse un refrescón, refrescar, enfriar, amenizar, enfriarse, refrigerar
FR: rafraîchir, se rafraîchir

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
opgefrist
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik fris op
jij frist op
hij frist op
wij frissen op
jullie frissen op
zij frissen op
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb opgefrist
jij hebt opgefrist
hij heeft opgefrist
wij hebben opgefrist
jullie hebben opgefrist
zij hebben opgefrist
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik friste op
jij friste op
hij friste op
wij fristen op
jullie fristen op
zij fristen op
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had opgefrist
jij had opgefrist
hij had opgefrist
wij hadden opgefrist
jullie hadden opgefrist
zij hadden opgefrist
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal opfrissen
jij zult opfrissen
hij zal opfrissen
wij zullen opfrissen
jullie zullen opfrissen
zij zullen opfrissen
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal opgefrist hebben
jij zult opgefrist hebben
hij zal opgefrist hebben
wij zullen opgefrist hebben
jullie zullen opgefrist hebben
zij zullen opgefrist hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou opfrissen
jij zou opfrissen
hij zou opfrissen
wij zouden opfrissen
jullie zouden opfrissen
zij zouden opfrissen
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou opgefrist hebben
jij zou opgefrist hebben
hij zou opgefrist hebben
wij zouden opgefrist hebben
jullie zouden opgefrist hebben
zij zouden opgefrist hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
fris op

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/opfrissen

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English