NL: openspringenSynoniemen: barsten, losspringen
EN: burst open, come loose, spring open
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
opengesprongen
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik spring open jij springt open hij springt open wij springen open jullie springen open zij springen open
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb opengesprongen jij hebt opengesprongen hij heeft opengesprongen wij hebben opengesprongen jullie hebben opengesprongen zij hebben opengesprongen
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik sprong open jij sprong open hij sprong open wij sprongen open jullie sprongen open zij sprongen open
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had opengesprongen jij had opengesprongen hij had opengesprongen wij hadden opengesprongen jullie hadden opengesprongen zij hadden opengesprongen
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal openspringen jij zult openspringen hij zal openspringen wij zullen openspringen jullie zullen openspringen zij zullen openspringen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal opengesprongen hebben jij zult opengesprongen hebben hij zal opengesprongen hebben wij zullen opengesprongen hebben jullie zullen opengesprongen hebben zij zullen opengesprongen hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou openspringen jij zou openspringen hij zou openspringen wij zouden openspringen jullie zouden openspringen zij zouden openspringen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou opengesprongen hebben jij zou opengesprongen hebben hij zou opengesprongen hebben wij zouden opengesprongen hebben jullie zouden opengesprongen hebben zij zouden opengesprongen hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
spring open
|