NL: openliggenEN: lie open
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
opengelegen
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik lig open jij ligt open hij ligt open wij liggen open jullie liggen open zij liggen open
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb opengelegen jij hebt opengelegen hij heeft opengelegen wij hebben opengelegen jullie hebben opengelegen zij hebben opengelegen
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik lag open jij lag open hij lag open wij lagen open jullie lagen open zij lagen open
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had opengelegen jij had opengelegen hij had opengelegen wij hadden opengelegen jullie hadden opengelegen zij hadden opengelegen
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal openliggen jij zult openliggen hij zal openliggen wij zullen openliggen jullie zullen openliggen zij zullen openliggen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal opengelegen hebben jij zult opengelegen hebben hij zal opengelegen hebben wij zullen opengelegen hebben jullie zullen opengelegen hebben zij zullen opengelegen hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou openliggen jij zou openliggen hij zou openliggen wij zouden openliggen jullie zouden openliggen zij zouden openliggen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou opengelegen hebben jij zou opengelegen hebben hij zou opengelegen hebben wij zouden opengelegen hebben jullie zouden opengelegen hebben zij zouden opengelegen hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
lig open
|