NL: openenSynoniemen: beginnen, expanderen, inleiden, opendraaien, opengaan, openmaken, openscheuren, , starten, opwerpen, entameren, aansnijden, aanknopen, aankaarten, verwijden, verruimen, vermeerderen, verbreiden, uitdijen, uitbreiden, uitbouwen, losrijgen, ontsluiten, open
DE: openen (expanderen): ausbreiten, vergrößern, erweitern, expandieren, ausbauen, ausdehnen, ausweiten
EN: openen (expanderen): expand, extend, build out, widen, add on to, add, swell
ES: openen (expanderen): extender, añadir a, ampliar, aumentar, crecer, agrandar, construir, hincharse, hacer ampliaciones, dilatarse
FR: openen (expanderen): étendre, élargir, développer, agrandir, grossir, évaser, lever, gonfler, enfler, construire
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geopend
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik open jij opent hij opent wij openen jullie openen zij openen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geopend jij hebt geopend hij heeft geopend wij hebben geopend jullie hebben geopend zij hebben geopend
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik opende jij opende hij opende wij openden jullie openden zij openden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geopend jij had geopend hij had geopend wij hadden geopend jullie hadden geopend zij hadden geopend
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal openen jij zult openen hij zal openen wij zullen openen jullie zullen openen zij zullen openen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geopend hebben jij zult geopend hebben hij zal geopend hebben wij zullen geopend hebben jullie zullen geopend hebben zij zullen geopend hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou openen jij zou openen hij zou openen wij zouden openen jullie zouden openen zij zouden openen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geopend hebben jij zou geopend hebben hij zou geopend hebben wij zouden geopend hebben jullie zouden geopend hebben zij zouden geopend hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
open
|