NL: openbrekenSynoniemen: forceren, kraken, losbreken, opbreken, openleggen
DE: aufbrechen, aufreißen, abbrechen, auflösen, aufteilen, aufbringen, entfesseln, aufsperren, aufstoßen, dekodieren, entehen, auseinandernehmen
EN: break open, decode, tear open, force open, crack
ES: abrir, deshacer, forzar, desmontar, desarmar, desencajar, desempedrar, abrir bruscamente
FR: enfoncer, forcer, détacher, décoder, ouvrir brusquement
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
opengebroken
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik breek open jij breekt open hij breekt open wij breken open jullie breken open zij breken open
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb opengebroken jij hebt opengebroken hij heeft opengebroken wij hebben opengebroken jullie hebben opengebroken zij hebben opengebroken
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik brak open jij brak open hij brak open wij braken open jullie braken open zij braken open
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had opengebroken jij had opengebroken hij had opengebroken wij hadden opengebroken jullie hadden opengebroken zij hadden opengebroken
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal openbreken jij zult openbreken hij zal openbreken wij zullen openbreken jullie zullen openbreken zij zullen openbreken
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal opengebroken hebben jij zult opengebroken hebben hij zal opengebroken hebben wij zullen opengebroken hebben jullie zullen opengebroken hebben zij zullen opengebroken hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou openbreken jij zou openbreken hij zou openbreken wij zouden openbreken jullie zouden openbreken zij zouden openbreken
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou opengebroken hebben jij zou opengebroken hebben hij zou opengebroken hebben wij zouden opengebroken hebben jullie zouden opengebroken hebben zij zouden opengebroken hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
breek open
|