NL: openbarenSynoniemen: manifesteren, meedelen, publiceren, uitbrengen
DE: openbaren (publiceren): veröffentlichen, bekanntmachen, bekanntgeben
EN: openbaren (publiceren): publish, issue
ES: openbaren (publiceren): publicar
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geopenbaard
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik openbaar jij openbaart hij openbaart wij openbaaren jullie openbaaren zij openbaaren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geopenbaard jij hebt geopenbaard hij heeft geopenbaard wij hebben geopenbaard jullie hebben geopenbaard zij hebben geopenbaard
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik openbaarde jij openbaarde hij openbaarde wij openbaarden jullie openbaarden zij openbaarden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geopenbaard jij had geopenbaard hij had geopenbaard wij hadden geopenbaard jullie hadden geopenbaard zij hadden geopenbaard
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal openbaaren jij zult openbaaren hij zal openbaaren wij zullen openbaaren jullie zullen openbaaren zij zullen openbaaren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geopenbaard hebben jij zult geopenbaard hebben hij zal geopenbaard hebben wij zullen geopenbaard hebben jullie zullen geopenbaard hebben zij zullen geopenbaard hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou openbaaren jij zou openbaaren hij zou openbaaren wij zouden openbaaren jullie zouden openbaaren zij zouden openbaaren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geopenbaard hebben jij zou geopenbaard hebben hij zou geopenbaard hebben wij zouden geopenbaard hebben jullie zouden geopenbaard hebben zij zouden geopenbaard hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
openbaar
|