NL: opeisenSynoniemen: eisen, opvorderen, vorderen, rekwireren
DE: fordern, Anspruch machen auf, einfordern, anfordern
EN: demand, claim, lay claim to
ES: exigir, reclamar, reivindicar
FR: exiger, réclamer, demander, revendiquer, requérir
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
opgeëist
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik eis op jij eist op hij eist op wij eisen op jullie eisen op zij eisen op
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb opgeëist jij hebt opgeëist hij heeft opgeëist wij hebben opgeëist jullie hebben opgeëist zij hebben opgeëist
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik eiste op jij eiste op hij eiste op wij eisten op jullie eisten op zij eisten op
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had opgeëist jij had opgeëist hij had opgeëist wij hadden opgeëist jullie hadden opgeëist zij hadden opgeëist
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal opeisen jij zult opeisen hij zal opeisen wij zullen opeisen jullie zullen opeisen zij zullen opeisen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal opgeëist hebben jij zult opgeëist hebben hij zal opgeëist hebben wij zullen opgeëist hebben jullie zullen opgeëist hebben zij zullen opgeëist hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou opeisen jij zou opeisen hij zou opeisen wij zouden opeisen jullie zouden opeisen zij zouden opeisen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou opgeëist hebben jij zou opgeëist hebben hij zou opgeëist hebben wij zouden opgeëist hebben jullie zouden opgeëist hebben zij zouden opgeëist hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
eis op
|