NL: opdonderenSynoniemen: ophoepelen, oplazeren, opkrassen, inrukken
EN: opdonderen (ophoepelen): fuck off, bugger off, buzz off, get on, move on, piss off, get lost, go away, clear out, beat it, push off, go to hell, go astray, bugger up, pack it
ES: opdonderen (ophoepelen): irse a la mierda, largarse
FR: opdonderen (ophoepelen): décamper, ficher le camp, s'en aller, se casser, se retirer
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
opgedonderd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik donder op jij dondert op hij dondert op wij donderen op jullie donderen op zij donderen op
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb opgedonderd jij hebt opgedonderd hij heeft opgedonderd wij hebben opgedonderd jullie hebben opgedonderd zij hebben opgedonderd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik donderde op jij donderde op hij donderde op wij donderden op jullie donderden op zij donderden op
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had opgedonderd jij had opgedonderd hij had opgedonderd wij hadden opgedonderd jullie hadden opgedonderd zij hadden opgedonderd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal opdonderen jij zult opdonderen hij zal opdonderen wij zullen opdonderen jullie zullen opdonderen zij zullen opdonderen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal opgedonderd hebben jij zult opgedonderd hebben hij zal opgedonderd hebben wij zullen opgedonderd hebben jullie zullen opgedonderd hebben zij zullen opgedonderd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou opdonderen jij zou opdonderen hij zou opdonderen wij zouden opdonderen jullie zouden opdonderen zij zouden opdonderen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou opgedonderd hebben jij zou opgedonderd hebben hij zou opgedonderd hebben wij zouden opgedonderd hebben jullie zouden opgedonderd hebben zij zouden opgedonderd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
donder op
|