Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

opbloeien vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: opbloeien
Synoniemen: herleven, ontluiken, opfleuren, ontplooien

DE: opbloeien (tot volle wasdom komen): entfalten, aufblühen, erblühen, vollen Wuchs erreichen
EN: opbloeien (tot volle wasdom komen): flourish, prosper, bloom
ES: opbloeien (tot volle wasdom komen): desarrollar, florecer, prosperar, dearrollarse
FR: opbloeien (tot volle wasdom komen): éclore, s'épanouir

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
opgebloeid
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik bloei op
jij bloeit op
hij bloeit op
wij bloeien op
jullie bloeien op
zij bloeien op
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb opgebloeid
jij hebt opgebloeid
hij heeft opgebloeid
wij hebben opgebloeid
jullie hebben opgebloeid
zij hebben opgebloeid
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik bloeide op
jij bloeide op
hij bloeide op
wij bloeiden op
jullie bloeiden op
zij bloeiden op
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had opgebloeid
jij had opgebloeid
hij had opgebloeid
wij hadden opgebloeid
jullie hadden opgebloeid
zij hadden opgebloeid
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal opbloeien
jij zult opbloeien
hij zal opbloeien
wij zullen opbloeien
jullie zullen opbloeien
zij zullen opbloeien
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal opgebloeid hebben
jij zult opgebloeid hebben
hij zal opgebloeid hebben
wij zullen opgebloeid hebben
jullie zullen opgebloeid hebben
zij zullen opgebloeid hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou opbloeien
jij zou opbloeien
hij zou opbloeien
wij zouden opbloeien
jullie zouden opbloeien
zij zouden opbloeien
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou opgebloeid hebben
jij zou opgebloeid hebben
hij zou opgebloeid hebben
wij zouden opgebloeid hebben
jullie zouden opgebloeid hebben
zij zouden opgebloeid hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
bloei op

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/opbloeien

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English