NL: opbeurenSynoniemen: bemoedigen, opheffen, troosten, vertroosten, ondersteunen
EN: console, cheer up, solace, comfort
ES: envalentonar, animar, alentar
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
opgebeurd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik beur op jij beurt op hij beurt op wij beuren op jullie beuren op zij beuren op
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb opgebeurd jij hebt opgebeurd hij heeft opgebeurd wij hebben opgebeurd jullie hebben opgebeurd zij hebben opgebeurd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik beurde op jij beurde op hij beurde op wij beurden op jullie beurden op zij beurden op
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had opgebeurd jij had opgebeurd hij had opgebeurd wij hadden opgebeurd jullie hadden opgebeurd zij hadden opgebeurd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal opbeuren jij zult opbeuren hij zal opbeuren wij zullen opbeuren jullie zullen opbeuren zij zullen opbeuren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal opgebeurd hebben jij zult opgebeurd hebben hij zal opgebeurd hebben wij zullen opgebeurd hebben jullie zullen opgebeurd hebben zij zullen opgebeurd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou opbeuren jij zou opbeuren hij zou opbeuren wij zouden opbeuren jullie zouden opbeuren zij zouden opbeuren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou opgebeurd hebben jij zou opgebeurd hebben hij zou opgebeurd hebben wij zouden opgebeurd hebben jullie zouden opgebeurd hebben zij zouden opgebeurd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
beur op
|