NL: oogstenSynoniemen: boeken, inzamelen, maaien, plukken, verzamelen, vergaren, graanschuur
DE: ernten
EN: harvest, pick, reap, gather
ES: cosechar, recolectar, coger, recoger
FR: récolter, faire la récolte, moissonner, faire la cueillette
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geoogst
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik oogst jij oogst hij oogst wij oogsten jullie oogsten zij oogsten
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geoogst jij hebt geoogst hij heeft geoogst wij hebben geoogst jullie hebben geoogst zij hebben geoogst
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik oogstte jij oogstte hij oogstte wij oogstten jullie oogstten zij oogstten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geoogst jij had geoogst hij had geoogst wij hadden geoogst jullie hadden geoogst zij hadden geoogst
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal oogsten jij zult oogsten hij zal oogsten wij zullen oogsten jullie zullen oogsten zij zullen oogsten
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geoogst hebben jij zult geoogst hebben hij zal geoogst hebben wij zullen geoogst hebben jullie zullen geoogst hebben zij zullen geoogst hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou oogsten jij zou oogsten hij zou oogsten wij zouden oogsten jullie zouden oogsten zij zouden oogsten
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geoogst hebben jij zou geoogst hebben hij zou geoogst hebben wij zouden geoogst hebben jullie zouden geoogst hebben zij zouden geoogst hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
oogst
|