NL: ontzienSynoniemen: niet aantasten, sparen, verschonen, eerbiediging
DE: achten, verschonen
EN: consider, spare, save
ES: respetar, perdonar
FR: estimer, épargner, respecter
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
ontzien
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik ontzie jij ontziet hij ontziet wij ontzien jullie ontzien zij ontzien
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb ontzien jij hebt ontzien hij heeft ontzien wij hebben ontzien jullie hebben ontzien zij hebben ontzien
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik ontzag jij ontzag hij ontzag wij ontzagen jullie ontzagen zij ontzagen
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had ontzien jij had ontzien hij had ontzien wij hadden ontzien jullie hadden ontzien zij hadden ontzien
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal ontzien jij zult ontzien hij zal ontzien wij zullen ontzien jullie zullen ontzien zij zullen ontzien
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal ontzien hebben jij zult ontzien hebben hij zal ontzien hebben wij zullen ontzien hebben jullie zullen ontzien hebben zij zullen ontzien hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou ontzien jij zou ontzien hij zou ontzien wij zouden ontzien jullie zouden ontzien zij zouden ontzien
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou ontzien hebben jij zou ontzien hebben hij zou ontzien hebben wij zouden ontzien hebben jullie zouden ontzien hebben zij zouden ontzien hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
ontzie
|