NL: ontzettenSynoniemen: bevrijden, verlossen, verbluffen, verbijsteren, ontstellen, onthutsen
DE: verwirren, entsetzen, entheben, bestürzen, aus der Fassung bringen
EN: oust, remove, deprive of
ES: separar, privar
FR: déposer, révoquer, destituer, démettre
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
ontzet
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik ontzet jij ontzet hij ontzet wij ontzetten jullie ontzetten zij ontzetten
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb ontzet jij hebt ontzet hij heeft ontzet wij hebben ontzet jullie hebben ontzet zij hebben ontzet
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik ontzette jij ontzette hij ontzette wij ontzetten jullie ontzetten zij ontzetten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had ontzet jij had ontzet hij had ontzet wij hadden ontzet jullie hadden ontzet zij hadden ontzet
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal ontzetten jij zult ontzetten hij zal ontzetten wij zullen ontzetten jullie zullen ontzetten zij zullen ontzetten
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal ontzet hebben jij zult ontzet hebben hij zal ontzet hebben wij zullen ontzet hebben jullie zullen ontzet hebben zij zullen ontzet hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou ontzetten jij zou ontzetten hij zou ontzetten wij zouden ontzetten jullie zouden ontzetten zij zouden ontzetten
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou ontzet hebben jij zou ontzet hebben hij zou ontzet hebben wij zouden ontzet hebben jullie zouden ontzet hebben zij zouden ontzet hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
ontzet
|