NL: ontwrichtenSynoniemen: desorganiseren, disloqueren, verlammen, verstuiken, ontslaan, afzetten, zwikken, verzwikken
EN: ontwrichten (verlammen): paralyse, disarm
ES: ontwrichten (verlammen): paralizar, entorpecer
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
ontwricht
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik ontwricht jij ontwricht hij ontwricht wij ontwrichten jullie ontwrichten zij ontwrichten
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik ben ontwricht jij bent ontwricht hij is ontwricht wij zijn ontwricht jullie zijn ontwricht zij zijn ontwricht
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik ontwrichtte jij ontwrichtte hij ontwrichtte wij ontwrichtten jullie ontwrichtten zij ontwrichtten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik was ontwricht jij was ontwricht hij was ontwricht wij waren ontwricht jullie waren ontwricht zij waren ontwricht
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal ontwrichten jij zult ontwrichten hij zal ontwrichten wij zullen ontwrichten jullie zullen ontwrichten zij zullen ontwrichten
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal ontwricht zijn jij zult ontwricht zijn hij zal ontwricht zijn wij zullen ontwricht zijn jullie zullen ontwricht zijn zij zullen ontwricht zijn
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou ontwrichten jij zou ontwrichten hij zou ontwrichten wij zouden ontwrichten jullie zouden ontwrichten zij zouden ontwrichten
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou ontwricht zijn jij zou ontwricht zijn hij zou ontwricht zijn wij zouden ontwricht zijn jullie zouden ontwricht zijn zij zouden ontwricht zijn
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
ontwricht
|