NL: ontwijkenSynoniemen: mijden, ontduiken, uitwijken, vermijden, ontlopen, omtrekkenbeweging, mijding, vermijding, verhoeden, schuwen
DE: ontwijken (ontduiken): vermeiden, entlaufen, entgehen, entweichen
EN: ontwijken (ontduiken): avoid, evade
ES: ontwijken (ontduiken): evitar
FR: ontwijken (ontduiken): éviter, esquiver, fuir, éluder
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
ontweken
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik ontwijk jij ontwijkt hij ontwijkt wij ontwijken jullie ontwijken zij ontwijken
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb ontweken jij hebt ontweken hij heeft ontweken wij hebben ontweken jullie hebben ontweken zij hebben ontweken
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik ontweek jij ontweek hij ontweek wij ontweken jullie ontweken zij ontweken
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had ontweken jij had ontweken hij had ontweken wij hadden ontweken jullie hadden ontweken zij hadden ontweken
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal ontwijken jij zult ontwijken hij zal ontwijken wij zullen ontwijken jullie zullen ontwijken zij zullen ontwijken
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal ontweken hebben jij zult ontweken hebben hij zal ontweken hebben wij zullen ontweken hebben jullie zullen ontweken hebben zij zullen ontweken hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou ontwijken jij zou ontwijken hij zou ontwijken wij zouden ontwijken jullie zouden ontwijken zij zouden ontwijken
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou ontweken hebben jij zou ontweken hebben hij zou ontweken hebben wij zouden ontweken hebben jullie zouden ontweken hebben zij zouden ontweken hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
ontwijk
|