Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

ontwijken vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: ontwijken
Synoniemen: mijden, ontduiken, uitwijken, vermijden, ontlopen, omtrekkenbeweging, mijding, vermijding, verhoeden, schuwen

DE: ontwijken (ontduiken): vermeiden, entlaufen, entgehen, entweichen
EN: ontwijken (ontduiken): avoid, evade
ES: ontwijken (ontduiken): evitar
FR: ontwijken (ontduiken): éviter, esquiver, fuir, éluder

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
ontweken
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik ontwijk
jij ontwijkt
hij ontwijkt
wij ontwijken
jullie ontwijken
zij ontwijken
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb ontweken
jij hebt ontweken
hij heeft ontweken
wij hebben ontweken
jullie hebben ontweken
zij hebben ontweken
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik ontweek
jij ontweek
hij ontweek
wij ontweken
jullie ontweken
zij ontweken
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had ontweken
jij had ontweken
hij had ontweken
wij hadden ontweken
jullie hadden ontweken
zij hadden ontweken
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal ontwijken
jij zult ontwijken
hij zal ontwijken
wij zullen ontwijken
jullie zullen ontwijken
zij zullen ontwijken
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal ontweken hebben
jij zult ontweken hebben
hij zal ontweken hebben
wij zullen ontweken hebben
jullie zullen ontweken hebben
zij zullen ontweken hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou ontwijken
jij zou ontwijken
hij zou ontwijken
wij zouden ontwijken
jullie zouden ontwijken
zij zouden ontwijken
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou ontweken hebben
jij zou ontweken hebben
hij zou ontweken hebben
wij zouden ontweken hebben
jullie zouden ontweken hebben
zij zouden ontweken hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
ontwijk

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/ontwijken

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English